logo klein

 

KerkgebouwDe eerste kerk van Hoogwoud bestond al rond het jaar 718. Naar aanleiding van de voorgenomen doop van Koning Radboud door Wulfram moet er – volgens de overlevering en later opgetekend – toen al een kerkje in Hoogwoud zijn geweest. Waarschijnlijk was dit de enige kerk in onze streken.  Het moet een kerk van hout en leem zijn geweest, afgedekt met stro en riet. Kerken van turfsteen werden pas na 800 gebouwd. Ook Medemblik had in die tijd nog geen kerk, daar Koning Radboud, om zich te laten dopen, naar Hoogwoud kwam.
 
Vele jaren later (in 1299) werd een kerk gebouwd, op de plaats van de tegenwoordige
Nederlands Hervormde Kerk. Het was een flink gebouw van steen, een hallenkerk met een houten gewelf. De kerk werd toegewijd aan St. Jan. Opmerkelijk is dat de nieuwe kerk niet Maria, maar St. Jan als patroon kreeg. Rond het jaar 1490 is er op dezelfde plaats een grotere kerk gebouwd. Dit was een kruiskerk. Deze kerk is in 1674 door een vreselijk noodweer verwoest. In 1680 is toen de huidige Nederlands Hervormde Kerk gebouwd, die kleiner is als zijn voorganger.

Inmiddels is in 1572 de reformatie begonnen en werd de kerk van de katholieken ontnomen. Zij moesten andere vormen zoeken, alles moest in het geheim gebeuren. Boerderij- en schuurkerken werden als schuilkerken gebruikt. Aan de buitenkant mocht niets van een kerkelijke bestemming zichtbaar zijn. In de archiefstukken wordt de kerkpatroon St. Jan niet meer genoemd. Men schrijft dan over het “kerkhuys in het Zuyd-Ende van Hoogtwoud”.

In 1782 vermaakte Th. Bleekendael, een vermogende boer, twee stukken land aan de statie.
Dit land was gelegen op de plaats van de tegenwoordige kerk. Hij gaf dit aan de statie voor de bouw van een nieuwe kerk. Deze kerk was klein en van hout gemaakt. In 1821 liet pastoor Faber aan de zuidkant van het houten kerkje een nieuwe stenen kerk bouwen. Het werd
een kerk en pastorie onder één dak. Deze kerk werd ingewijd op 24 oktober 1822 door de deken van West-Friesland, H. Steenbergen. Het knusse kerkje bleek al spoedig veel te klein. Rond 1840 maakte pastoor Kalkhoven zich zorgen over het kerkje, maar het kerkbestuur zat het wel gebakken.

Pastoor Kalkhoven overleed in 1861 en pastoor Van Staveren volgde hem op. Met instemming van het kerkbestuur werd Th. Molkenboer gevraagd als architect. In de parochie werd een geldinzameling gehouden welke bijna f. 19.000,- opbracht. De begroting was f.40.000,-. Het gevolg was, dat op 19 januari 1862 werd besloten de bouw van de kerk, wegens tekort aan financiën, niet te laten doorgaan. Pastoor van Staveren, een echte doorzetter, liet het er niet bij zitten. Hij kwam toen met drie voorstellen, de transepten (kruisbeuken) weglaten of het priesterkoor inkorten of geen toren. Daar de twee eerste voorstellen, de stijl en de schoonheid van de kerk zouden aantasten, werd besloten om geen toren te bouwen. De bouw van de nieuwe kerk ging door, echter zonder toren.

In 1863 werd het werk gegund aan de fa. W. Tielens uit Raamsdonkveer voor f. 41.600,-.
Als rijkssubsidie ontving het kerkbestuur f. 1500,-. De parochianen waren trots op het kerkgebouw, maar... wat is een kerk zonder toren? Er werd toen een “torencommissie” gevormd, met als resultaat, de centen kwamen er en ook de toren. Tijdens de bouw van de kerk overleed architect Th. Molkenboer. Zijn zoon Willem heeft de bouw afgemaakt.

Er zijn drie gedenkstenen geplaatst, twee buiten, aan beide zijden van de toren rechts, die van pastoor en kerkbestuur en links, die van de deken. Binnen aan de rechtermuur van het priesterkoor zien we de gedenksteen van de bisschop.

Op 17 juli 1865 is de kerk ingewijd door de bisschop Mgr. Wilmer. In 1892 had een grote restauratie plaats o.l.v. architect A. C. Bleijs. Verdere grote restauraties vonden plaats in 1903 – 1918 – 1937 – 1965 – 1970 en in 1980 vond de grootste restauratie plaats sinds de bouw van de kerk, grote stimulator was pastoor Agterof.